We zijn goed aangekomen! Vakantiekolonies aan de Belgische kust (1887-1980)
(Bron:Caermersklooster)
Deze tentoonstelling liep van 9 juli tot 5 september 2010.
Vakantiekolonie. Het woord alleen al. Siberië aan zee. Congo in Koksijde. Vakantie en kolonie in één woord, een contradictio in terminis.
Bernard Dewulf
Eerst zit je daar een uur te wenen omdat mama en papa weg zijn en dan is er het middagmaal. […] Als kind van 7 à 8 jaar is dat zeer indrukwekkend allemaal. En dan na het eten, het eerste wat ze dan deden, was allemaal naar boven, naar de verpleegster voor de luizencontrole.
Sylvia Van Haelst
Van mijn 6 tot 16 jaar ben ik ieder jaar minstens veertien dagen met het ziekenfonds naar zee, Oostduinkerke, getrokken; ik woonde toen in Antwerpen. Dat was een fantastische tijd. Ieder jaar bij het vertrek met de bus was het al uitkijken naar bekende gezichten. Welke leider had je, in welke slaapzaal – tot 35 bedden – lag je ... Kortom, iedere keer opnieuw was dit ‘fun’.
Alain Dubois
De vakantiekolonie is een van de meest miserabele periodes uit mijn leven.
Herr Seele
Geschiedenis
TopWie herinnert zich niet die rumoerige eetzalen, het heimwee bij het slapengaan, het zand in de boterhammen, de koude douches, het zingend stappen, de kaartjes die je schreef met daarop ‘We zijn goed aangekomen?'
Vakantiekolonies hebben een lange geschiedenis. Eind 19e eeuw al organiseerden liberale filantropische verenigingen dergelijke kolonies om arme kinderen naar het openbaar onderwijs te lokken. Uiteraard konden ook de katholieken niet achterblijven en richtten zij soortgelijke instellingen op. Met de afschaffing van de kinderarbeid in 1889 werd de nood nog hoger: kinderen gingen in de vakantie immers niet meer naar de fabriek en hingen op straat rond. Dé oplossing voor deze hangjongeren van toen was de vakantiekolonie.
Na de Eerste Wereldoorlog kwam ook de overheid tussen door de oprichting van het Nationaal Werk voor Kinderwelzijn (nu Kind & Gezin), dat de kolonies controleerde en subsidieerde. Daarbij werd meer en meer gefocust op de hygiëne van het kind. Kinderen werden immers gezien als het toekomstige kapitaal en moesten worden behoed tegen tbc en andere ziektes. Het succes van de kolonies werd gemeten aan de ‘aangekomen’ kilo’s van de kinderen. Na de Tweede Wereldoorlog kregen ook de mutualiteiten overheidssubsidies. Omdat alle loontrekkenden verplicht werden om hierbij aan te sluiten, waren de vakantiekolonies niet langer enkel voor arbeiderskinderen.
De tentoonstelling
TopDe tentoonstelling bracht deze boeiende geschiedenis tot leven met fascinerend beeldmateriaal en toonde ook hoe de deelnemertjes en de oud-monitoren hun vakanties ervaarden. Met klank- en beeldmateriaal dompelde ze je onder in de sfeer van toen: de kartonnen koffer, samen douchen, de geur in de kolossale refter, de verveling tijdens de verplichte siësta, de spelletjes in de duinen, de kazerneachtige slaapzaal en de kaartjes naar huis.
Bij de tentoonstelling schreef Martine Vermandere ook een rijk geïllustreerd boek, uitgegeven door Amsab-ISG en ASP Editions.
Je kon je eigen ervaringen in een vakantiekolonie ook kwijt op de website www.vakantiekolonies.be.